5a. Wenskaart Offerfeest
2005 Hindoe groep rond altaar
2005 Hindoe groep rond altaar
2005 Ohm teken
Concert 2011.2
Concert 2013 algemene repetitie Servische kerk.jpg
concert2010.la main tendue3.jpg
Davidsfonds.2.jpg
detail14
detail15
Detail16
Dialoogdag Lucerna 29 maart 2011 (2).jpg
Dialoogdag Lucerna 29 maart 2011.jpg
foto 25 maart 2010.jpg
Front5
front6.jpg
front7
front8
Jeugddag 11.11.2011.dialooggroep.1.jpg
Koran in moskee Genk.jpg
Lunch in Abrahamhuis.jpg
Marokkaans koor in protestantse kerk Interreligieus concert 2010.jpg
P6060013

Achtergrondinfo: twee verhalen naast elkaar gelegd


geen afbeelding

A. Het offer van Abraham
(expliciet vermeld: Isaak)

(Genesis hfst. 22, 1-17)
 

Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei hij... ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die ik je aanwijzen zal.’De volgende morgen stond Abraham vroeg op. Hij zadelde zijn ezel…hakte het hout voor het offer en ging op weg … Hij pakte het hout voor het offer....legde het op de schouders van zijn zoon Isaak en nam zelf het vuur en het mes. Zo gingen zij samen verder. ‘Vader,’ zei Isaak. ‘Wat wil je me zeggen, mijn jongen?’ antwoordde Abraham. ‘We hebben vuur en hout,’ zei Isaak, ‘maar waar is het lam voor het offer?’ Abraham antwoordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ En samen gingen zij verder. Toen ze waren aangekomen bouwde Abraham een altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout. Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. Maar een engel van de Heer riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham! Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ Toen Abraham opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon. Toen sprak de engel van de Heer opnieuw vanuit de hemel tot Abraham. Hij zei: ‘Omdat je dit hebt gedaan, omdat je mij je zoon, je enige, niet hebt onthouden, zal ik je rijkelijk zegenen en je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen.’



B.  Het offer van Ibrahim
(door de context: Ismael)

(Koran Soerat 37, 102-109)
 

Toen die zover was dat hij met hem mee kon gaan zei hij: ‘Mijn zoon, ik heb in de slaap gezien dat ik je zal offeren. Zie eens wat jij ervan vindt.’Hij zei: ‘Mijn vader, doe wat je bevolen is. Je zult merken dat ik, als God het wil, iemand ben die geduldig volhardt.’ Toen zij zich beiden (aan Gods wil) overgegeven hadden en hij hem op zijn voorhoofd had neergelegd riepen Wij hem: ‘Ibrahiem! Jij hebt de droom doen uitkomen. Zo belonen Wij hen die goed doen. Dit was duidelijk een beproeving.’En Wij gaven voor hem een geweldig offer in de plaats. En Wij lieten voor hem een goede naam bij het nageslacht na. Vrede zij met Ibrahiem!

 



Terug naar overzicht