5a. Wenskaart Offerfeest
2005 Hindoe groep rond altaar
2005 Hindoe groep rond altaar
2005 Ohm teken
Concert 2011.2
Concert 2013 algemene repetitie Servische kerk.jpg
concert2010.la main tendue3.jpg
Davidsfonds.2.jpg
detail14
detail15
Detail16
Dialoogdag Lucerna 29 maart 2011 (2).jpg
Dialoogdag Lucerna 29 maart 2011.jpg
foto 25 maart 2010.jpg
Front5
front6.jpg
front7
front8
Jeugddag 11.11.2011.dialooggroep.1.jpg
Koran in moskee Genk.jpg
Lunch in Abrahamhuis.jpg
Marokkaans koor in protestantse kerk Interreligieus concert 2010.jpg
P6060013

Uitleg over het Offerfeest


geen afbeelding

HET OFFERFEEST
Id ul-Adha of: عيد الأضحى
(Ook genoemd: Aïd el-Kebir, het Grote feest)

en zijn band met islam, Jodendom en christendom

(Tekst in PDF hier oplaadbaar)

 

Het verhaal van een offer gebracht door Abraham is bekend in de drie religies die op Abraham teruggaan: islam, Jodendom en christendom. De oudste versie is de Bijbelse en daardoor behoort het oorspronkelijk tot de joods-christelijke traditie. Bij het ontstaan van de Koran (tweede helft 7de eeuw AD), die heel wat thema’s uit de Bijbel opneemt, krijgt dat verhaal er eveneens een plaats, zij het in een gewijzigde versie. Alleen in de islam geeft het aanleiding tot een feest.


1. In de Hebreeuwse Bijbel
 

In de Tenach wordt het leven van Abraham beschreven in Genesis 11 tot en met 25. Het zijn een aantal gebeurtenissen die het leven van Abraham typeren. Eerst wordt zijn afstamming weergegeven: vanaf Sem, een zoon van Noach, tot Terach, de vader van Abraham. Volgens de beschrijving woonde Abraham oorspronkelijk in het Chaldese Ur (Zuid-Mesopotamië). Toen het Sumerische Rijk door buitenlandse invallers bedreigd werd, besloot Abrahams vader met zijn familie terug naar zijn geboorteplaats Haran, in het Noorden, te trekken. Het is daar dat Abram van God te horen kreeg dat hij zijn geboorteland moest verlaten: "Ga naar het land dat ik je wijs". Daarop verliet hij met zijn familie en dienstknechten zijn land en leidde sindsdien een trekkend bestaan. Nomaden waren in die tijd trouwens geen uitzondering. Omdat Abram geen kinderen kon krijgen bij zijn vrouw, gaf Sarai hem Hagar, een van haar slavinnen. Die schonk hem een zoon Ismaël. Later verscheen God aan Abram en zei:

Ik doe jou deze belofte: je zult de stamvader worden van een menigte volken. Je zult voortaan niet meer Abram heten maar Abraham, want ik maak je de vader van vele volken. Ik zal je bijzonder vruchtbaar maken. Er zullen veel volken uit je voortkomen en onder je nazaten zullen koningen zijn.” (Gen 17, 4-6 )

Daarop schonk Sara hem een zoon Isaak. Als test van zijn geloof moest Abraham dit zoontje offeren. Toen hij op het punt stond dat te doen, weerhield God hem ervan en stond er een ram gereed om de plaats van het mensenoffer in te nemen. In de joodse overlevering wordt niet over een ‘offer’ gesproken, maar over de ‘binding van Isaak’. Later trouwde Abraham opnieuw, met Ketura. Zij schonk hem zes zonen. Abraham werd 175 jaar. Hij werd samen door zijn zonen Isaäk en Ismaël begraven, volgens de overlevering in de huidige Grot van de Aartsvaderen in Hebron.

De plaats waar Abraham zijn zoon wilde offeren, wordt gesitueerd op de berg Moria, de plek waar nadien in Jeruzalem door koning Salomo de eerste Tempel wordt gebouwd (10de eeuw v.Chr.). De rots waar het gebeurde, zou nu nog bestaan en zich bevinden onder de Rotskoepel. Dat islamitisch heiligdom werd op het Tempelplein gebouwd in 681, ongeveer vijftig jaar na de verovering van de stad door de moslims. Van die plek wordt gezegd dat de profeet Mohammed er zijn nachtelijke hemelreis met de ezel Buraq aanvatte. In dat visioen ontmoette hij Mozes en Jezus. Dat maakt die plaats ook voor moslims heilig. Momenteel mag de Rotskoepel en de aanpalende Al Aqsamoskee (1) alleen door moslims bezocht worden. Het Tempelplein zelf is op bepaalde dagen toegankelijk voor het publiek, ongeacht de religie. Ook was de Tempelberg, van bij het begin van Mohammeds prediking tot aan het conflict met de Joodse stammen in Medina, de gebedsrichting voor moslims.

 

Een andere verwijzing is te vinden in de Talmoed waar gezegd wordt dat het de plaats is van de ‘Steen van de stichting der aarde’. Op die steen zou de wereld geschapen zijn en nadien tot zijn huidige vorm worden uitgebreid. Die plek duidt eveneens de richting aan naar waar Joden bidden en wordt bijgevolg beschouwd als de spirituele verbinding tussen hemel en aarde.

De eerste zoon van Abraham, Ismaël, wordt in de Bijbel vermeld als stamvader van het Arabische volk:

“Maar God zei tegen hem: ‘Je hoeft je niet bezwaard te voelen vanwege de jongen of je slavin. Alles wat Sara je vraagt moet je doen, want alleen de nakomelingen van Isaak zullen gelden als jouw nageslacht. Maar ook uit de zoon van je slavin zal ik een volk doen voortkomen, omdat ook hij een kind van je is.’” (Gen 21, 12-13) – “En wat Ismaël betreft, ik verhoor je: ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar maken en hem veel, heel veel nakomelingen geven. Twaalf stamvorsten zal hij verwekken en er zal een groot volk uit hem voortkomen. Maar mijn verbond zal ik voortzetten met Isaak, de zoon die Sara je volgend jaar omstreeks deze tijd zal baren.’” (Gen 17, 20-22).


2. In de Koran

Abraham wordt door moslims als een van de grote profeten beschouwd en Ibrahim genoemd. Hij wordt gezien als de eerste moslim (2), omdat hij de eerste gelovige is uit de geschiedenis van het Midden-Oosten die gevoelig werd voor het bestaan van één God (monotheïsme). Hij kreeg in een droom de openbaring dat hij zijn liefde en trouw moest bewijzen door datgene op te offeren wat hem het liefste op aarde was: zijn zoon. Hij vertelde dit tegen zijn zoon, zoals we kunnen lezen in de Koran:

Toen die zover was dat hij met hem mee kon gaan zei hij: ¨Mijn zoon, ik heb in de slaap gezien dat ik je zal offeren. Zie eens wat jij ervan vindt¨. Hij zei: ¨Mijn vader, doe wat je bevolen is. Je zult merken dat ik, als God het wil, iemand ben die gelukkig volhard¨. (Koran 37, 102)

Dit was een grote beproeving voor Ibrahim. Hij had de opdracht gekregen om zijn enige zoon (3) te offeren: een kind dat door God aan hem geschonken was en dat nu de leeftijd had bereikt waarin hij zijn oude vader kon helpen in zijn taken. Beiden gingen op weg naar Mina, een dorpje bij Mekka, om de opdracht van God uit te voeren. Toen ze daar aankwamen, zette Ibrahim een mes op de keel van zijn zoon en gebruikte al zijn kracht om de opdracht van God uit te voeren. Maar de kracht van God kwam tussenbeide en een boodschap uit de hemel werd hoorbaar:

"Toen zij zich beiden (aan Gods wil) overgegeven hadden en hij hem op zijn voorhoofd had neergelegd, riepen Wij hem: ¨Ibrahiem! Jij hebt de droom doen uitkomen. Zo belonen Wij hen die goed doen. Dit was duidelijk een beproeving. En Wij gaven voor hem een geweldig offer in de plaats¨. (Koran 37, 103-107)

Met die boodschap kwam er een ram (mannelijk schaap) te voorschijn, die de plaats van Ismaël moest innemen en geslacht zou worden. Zo maakte Allah aan Ibrahim duidelijk dat hij geen mensenoffers wil, maar gehoorzaamheid. God accepteerde de oprechte daad van Ibrahim en maakte het een plicht voor alle moslims een dier te offeren. In de islamitische traditie staat Ismaël aan de oorsprong van de Arabische natie.

De redering gaat als volgt. Moslims geloven dat Ibrahim genoodzaakt was zijn slavin Hagar en diens zoon Ismail de woestijn in te sturen. Maar God redde hen en beloofde dat ook Ismail de vader zou worden van een groot volk: de Arabieren. Volgens de plaatselijke traditie zouden Hagar en Ismail zich gevestigd hebben in Mekka, alwaar Ibrahim hen kwam opzoeken. Ibrahim en Ismail herbouwden samen de Ka’ba, die oorspronkelijk gebouwd was door Adam, maar was vervallen. Het is opvallend dat in verband met het offer de naam van de zoon in kwestie in de Koran niet vermeld wordt. Het is pas in de context van het uiteengaan van de twee broers dat de islamitische theologie de te offeren zoon Ismaël is gaan noemen.

Er zijn dus zowel overeenkomsten als verschillen te vinden in het verhaal van het offer van Abraham. In een multiculturele context kan het Offerfeest bijgevolg aanleiding geven tot een dialoogmoment tussen mensen uit de drie betrokken tradities, of minstens aangegrepen worden om de band tussen islam, jodendom en christendom te verduidelijken.


3. Wanneer valt het offerfeest?

Eenmaal in hun leven moeten moslims, die daartoe lichamelijk en financieel in staat zijn, zowel mannen als vrouwen, een pelgrimstocht (hadj) maken naar de heilige stad Mekka in Saoedi-Arabië. De hadj mag op elk tijdstip van het jaar worden gemaakt, maar het liefst in de twaalfde (laatste) maand van de islamitische kalender. De pelgrims maken dan een tocht langs heilige plekken die verbonden zijn met Ibrahim en Mohammed. Ze maken eigenlijk de reis van hun stamvader Ibrahim opnieuw. Zij willen zijn zoals hij, overgegeven aan Allah. Ook stellen ze een aantal handelingen die de profeet Mohammed in zijn sterftejaar 632 op diezelfde plaatsen heeft verricht. Het verblijf houdt ondermeer in dat men verschillende malen in processie rond de Ka’ba stapt, dat men water drinkt uit de bron waar Hagar water vond nadat ze door Ibrahim verstoten was en dat men, om het kwaad te vernietigen, stenen gooit naar de drie zuilen die de duivel voorstellen.

Op de tiende dag van die bedevaart offeren de pelgrims een dier. Daardoor drukken zij hun dankbaarheid uit voor het feit dat zij Allah mogen dienen. Moslims die niet op bedevaart zijn, nemen deel aan de gezamenlijke gebedsdiensten in hun moskee en slachten eveneens een dier, ter herdenking van de gebeurtenis met Ibrahim. Een derde van het vlees is voor de armen, een derde voor familieleden en vrienden, en een derde voor jezelf. Het Offerfeest wordt ook het Grote feest genoemd, het valt zeventig dagen na de ramadan en is in feite belangrijker dan het einde van de vastenmaand zelf. Het duurt drie dagen en is voor iedere moslim een uiting van zijn individuele geloofsbeleving. De mannen en grote jongens gaan veelal gekleed in lange witte gewaden,
vooral wie reeds aan de pelgrimstocht deelnam.


Als dieren mogen geofferd worden:

Schapen (m/vr) 6 maanden oud
Geiten (m/vr) 1 jaar oud
Koeien, ossen of buffels 2 jaar oud
Kamelen (m/vr) 5 jaar oud

 

Het offeren van een geit of schaap is voldoende voor één persoon. Voor alle andere dieren, koe, os, buffel of kameel staat het offer gelijk aan zeven offers, waardoor zeven personen gezamenlijk zo een dier kunnen offeren. Het dier moet vrij zijn van gebreken. Het wordt met zijn kop naar Mekka gelegd en men vraagt toestemming voor het offer met de woorden: ‘In naam van Allah. God is groot. Heer, God, in uw naam, door U en van U, aanvaard dit offer dat ik U breng, zoals U het hebt aanvaard uit handen van uw vriend Ibrahim’. Daarna wordt het dier met de halssnede gedood. Het bloed, dat voor een moslim onrein is, loopt dan weg uit het lichaam. Omdat bloed onrein is, mag een moslim geen vlees met bloed eten. Vandaar de noodzaak om ritueel te slachten (halal). De recente explosieve groei van pelgrims heeft geleid tot grote hoeveelheden dieren die geslacht moeten worden, iets dat als verspilling gezien kan worden. Tegenwoordig kunnen offers ook gemeten worden in (schaap-) eenheden, één koe of kameel representeren dan meerdere eenheden schapen.

In principe kan niemand vrijgesteld worden een dier te offeren, ook niet door bijvoorbeeld geld te geven uit liefdadigheid. Het brengen van het offer is een onafhankelijke vorm van aanbidding en kan niet vervangen worden door een andere vorm van aanbidding. Wanneer iemand echter door dringende redenen niet kon offeren in de drie voorgeschreven dagen (10e, 11e of 12e van de betreffende maand), kan hij in dat geval wel de prijs van een offerdier schenken aan een persoon die recht heeft de zakaat (armenbelasting) te ontvangen.



Voetnoten:
 

(1) De Al-Aqsamoskee (‘verste moskee’) werd in 660 gebouwd. Het Tempelplein heet in het Arabisch Haram al-Sharif (‘edele heiligdom’) en Jeruzalem: Al-Quds (‘heilige stad’).

(2) Moslim is al wie expliciet het islamitische geloof belijdt en in praktijk brengt. Bij uitbreiding betekent dat begrip ook: elke gelovige uit een monotheïstische traditie. ‘Islam’: overgave, ‘moslim’: wie zich aan God overgeeft, zijn wil doet. Op zichzelf is dat een neutrale vaststelling. Door sommige moslims wordt dat echter op een inclusivistische manier geïnterpreteerd als zouden christenen en joden voorbestemd zijn moslim te worden.

(3) Abraham had meer dan één zoon: omdat zijn vrouw Sarah onvruchtbaar was, raadde zijzelf hem aan een kind te verwekken bij zijn slavin Hagar. Die werd Ismaël genoemd en was dus de eerstgeboren zoon. Nadat Sarah uiteindelijk toch een zoon baarde van Abraham, Isaak, werd die de ‘enige’ zoon in de Joodse traditie, nl. zoon van het Hebreeuwse echtpaar. Nadien schonk Abraham nog het leven aan andere zonen.
 



Terug naar overzicht