Poerim 1 maart


Poeriem herinnert aan de tijd van de Perzische koningin Esther. Ongeveer 450 jaar voor Christus wist ze te voorkomen dat de Joden in het Babylonische rijk vermoord werden. Esther behoorde oorspronkelijk tot de stam van Benjamin, een van de twee volksgroepen uit Juda die na de verwoesting van het land door de Babyloniërs werden meegevoerd naar het Perzische rijk. Daar woont ze aanvankelijk bij een ambtenaar van het koninklijk paleis. Wanneer die ervan hoort dat de koning een nieuwe echtgenote zoekt, laat hij Esther meedingen naar diens hand. Ze wordt geselecteerd en meteen gepromoveerd tot koningin. Zo kan ze een besluit van een der ministers ongedaan laten maken en de volledige uitroeiing van haar volk voorkomen. De dag voor Poeriem wordt in de Joodse gemeenschap gevast ter herinnering aan het vasten van Esther voordat ze naar de keizer ging met de vraag haar volk te redden.

In de Tenach (Oude Testament) is een volledig boek naar haar genoemd. In de synagoge wordt dat dan ook voorgelezen. Het kan ook als toneelstuk worden opgevoerd, met zang, dans en verkleedpartijen. Telkens wanneer de naam Haman klinkt (de bedrieglijke raadgever van de Perzische koning), probeert men dat te overstijgen door met een ratel lawaai te maken en met de voeten te stampen.

Poerim wordt ook het Lotenfeest genoemd, omdat Hamam het lot (poer) wierp om te bepalen op welke dag de Joden moesten worden uitgeroeid. De dag voor het feest vasten de Joden als teken van berouw en inkeer. Ze herdenken hoe ze als ballingen in het Perzische Rijk ontsnapten aan de uitroeiing. Op Poerim brengt men lekkere hapjes naar vrienden en bekenden. Bovendien word je geacht liefdadigheid te geven aan minstens twee goede doelen. 



Terug naar overzicht