5a. Wenskaart Offerfeest
2005 Hindoe groep rond altaar
2005 Hindoe groep rond altaar
2005 Ohm teken
Concert 2011.2
Concert 2013 algemene repetitie Servische kerk.jpg
concert2010.la main tendue3.jpg
Davidsfonds.2.jpg
detail14
detail15
Detail16
Dialoogdag Lucerna 29 maart 2011 (2).jpg
Dialoogdag Lucerna 29 maart 2011.jpg
foto 25 maart 2010.jpg
Front5
front6.jpg
front7
front8
Jeugddag 11.11.2011.dialooggroep.1.jpg
Koran in moskee Genk.jpg
Lunch in Abrahamhuis.jpg
Marokkaans koor in protestantse kerk Interreligieus concert 2010.jpg
P6060013

Begin kerkelijk jaar orthodoxe Kerk (1 sept.)


Het eerste oecumenisch concilie (Nicea 325) bepaalde dat het kerkelijk jaar (dat in de westerse kerken nu aanvangt met de advent) op 1 september begint. Volgens Ex 23, 16 startte voor de Hebreeën in september trouwens ook het burgerlijk jaar, namelijk na het einde van de oogst: “Verder moeten jullie het Oogstfeest vieren, het feest van de eerste opbrengst van wat je op de akker gezaaid hebt, en tot slot, wanneer aan het eind van het jaar de hele oogst is binnengehaald, het Inzamelingsfeest.”

Het was tijdens dat feest dat Jezus in de synagoge van Nazareth uit het boek van de profeet Jesaja voorlas en een begin maakte met zijn openbaar optreden (vandaar het verband met ‘het begin van het jaar’): “Hij kwam ook in Nazaret, waar hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging hij op sabbat naar de synagoge. Toen hij opstond om voor te lezen, werd hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd… De ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht. Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.”

September is eveneens belangrijk in de geschiedenis van het christendom omdat keizer Constantijn in die maand de overwinning behaalde op Maxentios. Na die overwinning in 313 verleende de keizer aan het christelijk geloof de vrijheid van missionering. Pas veel later zou in West-Europa het begin van het burgerlijk jaar verplaatst worden naar 1 januari.

Het is niet bekend wie de Byzantijnse kalender opstelde; hij wordt voor het eerst vermeld in 638 in een tekst van een monnik, Georgios, die in zijn werk de belangrijkste varianten bespreekt van de toenmalige wereldkalenders. Hij betoogt dat het grote voordeel van de Byzantijnse berekening het gezamenlijk startpunt van de maan- en zonnecyclus is. Het begin van de jaarperiode werd vastgelegd op 1 september, zowel voor het burgerlijk als voor het kerkelijk jaar en eindigde dus op 31 augustus. Het bleek namelijk dat dit ook de eerste dag van de schepping was geweest, of dé Scheppingsdag. Die berekening moet gezien worden in de context de belangrijkste Bijbelse gebeurtenissen te dateren. De eerste die daarmee begon, was een bisschop van Antiochië, Theophilus (115-181). Zo werd de ouderdom van de aarde geschat op 5.530 jaar tot aan Jezus’ geboorte. Ook voor de zondvloed, de Uittocht en de bouw van de eerste Tempel in Jeruzalem wilde men tot concrete data komen. In de eerste drie eeuwen van het christendom waren die gegevens van belang voor de geloofwaardigheid van het christendom in een niet-christelijke omgeving. Terwijl Grieken en Romeinen de tijd berekenden aan de hand van hun rituelen en feesten, begonnen christenen dus reeds vroeg een Hebreeuwse berekening aan te nemen, te beginnen met de schepping.
 
 



Terug naar overzicht