Tocht 2005


geen afbeelding

Pelgrims in Brussel tussen oost en west

De interreligieuze pelgrimstocht van zondag 29 mei 2005 in Elsene was een boeiend evenement. Reeds voor de vijfde maal verzamelde Kerkwerk Multicultureel Samenleven voldoende mensen om de ‘eenheid in verscheidenheid‘ van de multireligieuze samenleving in eigen omgeving af te tasten. Zowel de nieuwe gezichten als de jaarlijks terugkerende deelnemers stonden verbaasd over de rijkdom aan religies die er in bepaalde Brusselse wijken voorhanden blijkt te zijn.

Woord Gods centraal

Als eerste sprak Jean-Pierre Van Noppen, en wel op overtuigde wijze, over zijn geloven als protestant. Aan de hand van enkele fundamentele begrippen, ondermeer het beruchte ‘sola fide’, schetste hij in grote lijnen de kern van het protestantisme. Tijdens de zondagsliturgie worden hoofdzakelijk psalmen en hymnen gezongen en gaat de meeste aandacht naar de bijbellezingen. Slechts één keer per maand wordt de viering van het avondmaal gehouden. Na een twintigtal minuten inleiding ging onze gastheer dieper in op een aantal vragen uit het publiek. Ze werden telkens vlot in twee talen behandeld. Het bezoek sloot af met het gezamenlijk zingen van een psalm, begeleid door de gitaar. Ook al leek de binnenhuisarchitectuur niet de soberste van de meeste protestantse tempels, toch was het duidelijk dat het boek met het Woord Gods centraal staat in de dienst. Opvallend voor de plaatselijke gemeenschap in Elsene is de grote verscheidenheid van de leden op het vlak van nationaliteiten. Het huis in de Marsveldstraat herbergt eveneens de zetel van de Verenigde Protestantse Kerken in België, zowel langs Nederlands- als langs Franstalige zijde.

Meervoudig monotheïsme

De honderd deelnemers stapten dan te voet naar de Waversesteenweg om in de kerk van het H. Sacrament een delegatie van de Hindoegemeenschap te ontmoeten. Al zingend ontvingen acht Indiërs onze groep pelgrims, die zich door het horen van de bhajans gemakkelijk in de Oosterse sfeer konden verplaatsen. Na een beknopte inleiding over de belangrijkste elementen van het hindoeïsme, leidde de priester, pandit Mallavazzala, een kort ritueel ter ere van de godheid Lord Ganesha. Ondertussen hadden de deelnemers begrepen dat de vele verschillende mannelijke en vrouwelijke godheden in feite allen teruggaan op één Opperwezen, Brahma, dat zich in drie wezens aan de mensheid vertoont: Brahman, Shiva en Vishnu. Op haar beurt geeft deze drieëenheid het ontstaan aan diverse erediensten, naar gelang de familietraditie en de streek waartoe men behoort. Het geheel was rijk aan klanken, geuren, beelden en symbolen. Tijdens de afsluitende vuurceremonie kon al wie dat wenste de warmte van de vlam, symbool voor goddelijke kracht, via een handgebaar in zich opnemen. Zo ontvingen we eens de zegen op een andere manier! Na de uitwisseling met het publiek nodigde de pandit iedereen uit om de ‘prasad’ te ontvangen: al wat tijdens de dienst gebruikt en gezegend werd, ondermeer fruit, bloemen en anijskorrels.

De laatste profeet

Vandaar naar het Bahá’í-centrum in de Troonstraat was het slechts een boogscheut wandelen. We werden er hartelijk ontvangen met frisdrank en koekjes en konden even op adem komen van de verschillende indrukken uit de twee eerste ontmoetingen. Het bahá’í-geloof ontstond pas in de 19de eeuw in Teheran en werd vrijwel onmiddellijk door het plaatselijke regime vervolgd en verjaagd. Zo komt het dat er heel wat gelovigen over heel de wereld verspreid leven, doch in goede verstandhouding met andere godsdiensten en levensbeschouwingen. De interreligieuze en sociale openheid maakt trouwens de kern uit van het bahá’ísme. Enkele gezinnen zijn reeds voldoende om bij iemand thuis of in een lokaal samen te bidden, te vergaderen en te eten, meestal om de negentien dagen. Daarom bestaan er over de hele wereld slechts enkele grote cultusplaatsen. De stichter, Bahá’Ullah, gaat er prat op voorlopig de laatste profeet te zijn voor deze tijd. Guido Cooreman en zijn raanse geloofsgenoot Samii lazen voor uit de geschriften van deze vredesminnende martelaar, wiens graf zich in Akka bevindt.

Het kluwen van het Midden-Oosten

Als vierde ontmoeting waren we te gast in de Grieks-Melkitische kerk in de Dageraadsstraat. Priester Jihad Jalhoum deed zijn uiterste best om de ingewikkelde historische en kerkelijke context van deze Oosters katholieke tak duidelijk over te brengen. Het interieur, dat bijna volledig aan een orthodoxe kerk is ontleend, zette ons op weg om de toenadering tussen de Latijnse en de Byzantijnse traditie van de katholieke kerk te beleven. In deze kerk wordt trouwens elke zondag de eucharistie gevierd in beide ritussen. Ons werd op het hart gedrukt dat deze vorm van kerk zijn de enige christelijke aanwezigheid uitmaakt in het Midden-Oosten. Toch vertelde de priester ons over de kansen om zich in een islamitische omgeving waar te kunnen maken. Het was hartverwarmend te horen hoe hij de multiculturele werkelijkheid in zijn hart draagt. Zowel aan het begin als bij het einde van het bezoek zong het koor enkele mooie liederen in het Arabisch en het Frans. Niet alleen de Syrische afkomst van de priester zelf kleurt deze Arabisch sprekende gemeenschap, onder de pratikerenden bevinden zich eveneens mensen van verschillende nationaliteiten en culturen.

Samen onderweg

Aan elke van de vier vertegenwoordigers werd een mooie kaars als herdenking overhandigd, doch telkens in een andere kleur. Daarmee wenste het organisatiecomité te benadrukken dat zij gelooft in de rijke verscheidenheid van hetzelfde zoeken naar God en naar eenheid onder de mensen. Ook de voorbereiding en de uitwerking van deze dag draag het stempel van grensoverschrijdende samenwerking: naast Kerkwerk Multicultureel Samenleven tekenden voor dit initiatief: Centre El Kalima, Les Voies de l’Orient, de Quakers en de Bahá’í-gemeenschap.



Terug naar overzicht