Tocht 2010


geen afbeelding

Voor het tiende jaar op rij namen een honderdtal mensen deel aan de Interreligieuze Pelgrimstocht. Dat initiatief behoort dan ook tot de ‘klassiekers’ van de interreligieuze ontmoeting in Brussel en trekt naast christenen en moslims, ook telkens enkele leden van andere religies aan. Geregeld treffen we ook neutrale deelnemers aan, die zich tot geen enkele religie bekennen. Voor sommigen was het dit jaar een eerste kennismaking met de tocht, anderen namen reeds verschillende jaren na elkaar deel. Het originele van dit concept is dat je een aantal wereldgodsdiensten leert kennen dankzij de soms ‘verborgen’ cultusplaatsen, die zich vlak in je buurt bevinden. Op die manier wordt elk jaar een andere Brusselse wijk verkend op zijn religieuze aanwezigheid.

Drie monotheïstische godsdiensten op een steenworp van elkaar.

De jubileumeditie van zondag 30 mei in Vorst werd gewoontegetrouw in een geest van openheid en pelgrimage opgebouwd. In de liberale synagoge Beth Hillel verraste rabbijn Abraham Dahan ons met een bondige uitleg van het liberale Jodendom. Dat komt erop neer dat alle gebruiken minder strikt worden toegepast, waardoor het ritualistisch en formeel karakter van het Jood zijn versoepelt en de persoonlijke beleving ervan mogelijk wordt. Dat uit zich ondermeer in kortere sabbatdiensten en flexibelere spijswetten. De synagoge in de Vroegegroentenstraat had gedurende enkele jaren zelfs een vrouwelijke rabbijn, wat in orthodoxe kringen ondenkbaar is. Toch blijven de ver- en geboden voor elke Jood van belang. Ze herinneren eraan dat de mens niet de meester van de schepping is en dat er bepaalde dingen gewoonweg niet kunnen gebeuren. De kippa duidt trouwens op de begrenzing van het menselijk kunnen: God is onmetelijk groter dan wat mensen zijn en doen. Een synagoge is in de eerste plaats een ‘huis van samenkomst’: er wordt gezongen, gevierd, gestudeerd, gefeest. Voor een gebedsdienst kan het volstaan een kast (tabernakel) en een tafel (bima) hebben om de Torarollen te bewaren en voor te lezen. De liberale synagoge was trouwens opmerkelijk kaal van interieur. De rabbijn riep op het einde iedereen naar voren om een Torarol te bekijken. Het ontbreken van klinkers duidt volgens hem op de noodzaak van de gelovige de tekst goed te bestuderen. Studie, niet alleen van de godsdienst, maar van alle wettenschappen, staat bovenaan de opdrachtenlijst van een Jood.

Na het vragenkwartiertje zette de taalgemengde groep zich op weg naar één van de zes erkende moskeeën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Marokkaanse moskee al-Karam, in de drukke winkelstraat Neerstalsesteenweg, is in volle uitbreiding. De talrijk aanwezige verantwoordelijken herhaalden drie keer hoe geëerd ze waren met ons bezoek en overhandigden onverwachts een geschenk. Een korte uitleg over het ritueel gebed en de betekenis als moslimgemeenschap erkend te zijn door de overheid trok een langere dialoog op gang, waarbij in ijl tempo bijna de hele islam werd voorgesteld. We onthouden vooral het gastvrij onthaal, met zowel aan het begin als aan het einde van het bezoek geurige muntthee en Marokkaanse koekjes.

Als derde halte stond de Sint-Denijskerk op het programma, een van de oudste en lieflijkste katholieke kerken van het Brusselse Gewest. De oorsprong ervan staat in verband met de begraafplaats van de Heilige Alena, een door iedereen graag geziene vrouw uit de zevende eeuw. De kerk zelf was aanvankelijk gebouwd voor een door Affligem gestichte abdij. Een Romaanse vleugel bleef tot op heden bewaard, alsook een indrukwekkend groot houten kruis. De kerk verleent een keer per jaar gastvrijheid aan de Mauritiaanse gemeenschap. Die komt er op 11 september haar nationale heilige, pater Laval, herdenken, van wie een borstbeeld aan de ingang te zien is. Paul Narainsamy vertelde over diens leven vooral zijn aandacht voor alle mensen, ongeacht hun religie. Zijn voorbeeld paste dus volledig in de opzet van de tocht. De dag werd besloten met een receptie in parochiezaal PAX.

Tien jaar interreligieuze bezoeken.

Onder de veertig plaatsen die sinds 2001 werden aangedaan, komen boeddhistische pagodes, moskeeën, synagogen en kerken voor. Religieuze gemeenschappen die niet over een eigen gebedshuis beschikken, werden in een kerk of een zaal ontvangen. Dat was ondermeer het geval voor Sikhs, Hindoes, Baha'is en Zoroasters. Daarbij werd steeds gestreefd de diversiteit binnen de verschillende godsdiensten aan bod te laten komen, met inbegrip van de christelijke kerken. Het christendom is immers de meest verspreide religie in Brussel, zeker wat het aantal cultusplaatsen betreft. Het interreligieus werk houdt dan ook in dat mensen van christelijke inspiratie de verscheidenheid van hun eigen geloofsgemeenschappen leren kennen om van daaruit in dialoog te treden met andersgelovigen. In de cultusplaatsen wordt telkens het woord gegeven aan een vertegenwoordiger van de betrokken religie, waarna voldoende tijd wordt vrijgemaakt voor dialoog met het publiek.

De tocht wordt elk jaar voorbereid en begeleid door medewerkers van KMS-Brussel, Centre El Kalima, Les Voies de l'Orient, VOEM (Vereniging voor de Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims), Soeurs de Notre Dame de Sion en de Quakers. Eén keer per jaar wordt de Pelgrimstocht voor een volwassenenpubliek opengesteld. In de loop van het jaar is het mogelijk dat groepen een eigen tocht aanvragen, ofwel in het kader van socioculturele volwassenenvorming of als praktijkuitstap voor leerlingen van het laatste jaar secundair onderwijs of van het hoger onderwijs.



Terug naar overzicht