Onze inspiratie

Onze inspiratie: een Bijbeltekst over dialoog

Door de ontmoeting met een Kanaänitische vrouw (Mt 25, 21-28) ontdekt Jezus dat zijn zending als messias zich niet beperkt tot het volk Israël. Hoe sterk die opdracht ook geworteld is in de Bijbelse profetieën en verwachtingen, ze is van goddelijke oorsprong en heeft daardoor een universele dimensie. Terecht misschien schermde het Joodse volk zich af van de oorspronkelijke bevolking in een poging om zijn religie en cultuur te vrijwaren. Indien zulke houding echter leidt tot het naast elkaar leven en elkaar niet meer respecteren – Jezus vond de vrouw geen blik of antwoord waardig – komen we dan niet tot het tegendeel van de Bijbelse boodschap? Paulus zou dat aspect van de Blijde Boodschap consequent verder zetten en omarmde Jood en heiden, zelfs met een voorkeur voor de laatste. Jezus zelf stelt aan het einde van het gesprek vast dat hij in de niet-Joodse veel geloof herkent, meer dan in Israël zelf. Ook in onze multiculturele samenleving dienen we in te gaan op het contact met andersgelovigen. Daarbij spelen ras, taal, religie en geslacht geen rol. Al die muren werden door Jezus’ optreden afgebroken. Bouwen wij ze weer op? De interreligieuze dialoog kan ons geloof in God zelfs verdiepen en verbreden door ervan bewust te worden dat Hij Schepper en Vader is van de gehele mensheid. Dat kan andere levensbeschouwingen uitdagen om hun eigen positie op dat vlak te bevragen. Maar dan zouden christenen er ook meer moeten van getuigen, in woord en daad.

“En weer vertrok Jezus; hij week uit naar het gebied van Tyrus en Sidon. Plotseling klonk de roep van een Kanaänitische vrouw die uit die streek afkomstig was: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.’ Maar hij keurde haar geen woord waardig. Zijn leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen hem dringend: ‘Stuur haar toch weg, anders blijft ze maar achter ons aan schreeuwen.’ Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’ Maar zij kwam dichterbij, wierp zich voor hem neer en zei: ‘Heer, help mij!’ Hij antwoordde: ‘Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.’ Ze zei: ‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’ Toen antwoordde Jezus haar: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ En vanaf dat moment was haar dochter genezen.” (Mt 15, 21-28)